Dankzij de steun van het federale programma ‘Belgium Builds Back Circular’ (BBBC), beheerd door de FOD Volksgezondheid, kreeg RE-LAB de ruimte om te groeien, nieuwe methodes te testen en partnerschappen op te bouwen. Het project past binnen de bredere strategie van de federale overheid om de circulaire transitie in België te versnellen en de milieu-impact van de modesector te beperken.
Samen bouwen aan een circulaire textielsector
De textielindustrie is wereldwijd één van de meest vervuilende sectoren. Ze verbruikt grote hoeveelheden water, veroorzaakt veel afval en draagt in belangrijke mate bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien bevatten sommige textielproducten schadelijke stoffen en worden er vaak mensonwaardige arbeidsomstandigheden mee geassocieerd.
RE-LAB is ontstaan vanuit de gedeelde overtuiging dat het anders moet. Het collectief verenigt actoren uit verschillende domeinen met een gemeenschappelijk doel: het herdenken van de levenscyclus van kledingstukken en het minimaliseren van afval.
In samenwerking met kleine ontwerpers, start-ups, scholen en sociale organisaties ontwikkelt RE-LAB vernieuwende, circulaire praktijken. Ze begeleiden tijdelijke werktrajecten, organiseren opleidingen in textielbewerking, zetten educatieve projecten op en ondersteunen experimenten rond hergebruik en herstel. Voor grote sportmerken voeren ze reparaties uit, winkelcollecties krijgen een tweede leven en gebruikt hoteltextiel wordt omgevormd tot volledig nieuwe stukken.
Een flexibel businessmodel met sociaal groei bovenwinst
RE-LAB werkt niet met een vast systeem maar hanteert een flexibel, circulair businessmodel dat groeit via samenwerking in een open netwerk van ontwerpers, sociale organisaties, scholen en bedrijven. Projecten ontstaan op een organische manier: via bestaande, gedeelde waarden of lopende samenwerkingen. De federale steun via het BBBC-fonds gaf het project de vrijheid om maatschappelijk relevante activiteiten op te zetten, ook al genereerden die nog geen structurele inkomsten. Het grootste deel van de middelen gaat naar operationele medewerkers. De oprichter neemt een ondersteunende rol op en wordt pas vergoed als de werking dat toelaat. Winst is geen doel op zich: eerst moet het project sociaal en inhoudelijk groeien.
RE-LAB toont aan dat circulair ondernemen geen pasklare formule vereist. Het is vooral een verhaal van durven experimenteren en leren. “RE-LAB kan anderen inspireren om hun processen te herdenken: efficiënter omgaan met materialen, sociale meerwaarde creëren en bouwen aan een toekomstgericht bedrijfsmodel. Circulair ondernemen hoeft niet meteen perfect te zijn — het begint met moedige keuzes”, aldus Jan Merckx, initiatiefnemer van RE-LAB.